De laatste maanden/weken worstelen menig schoolhoofd en ouders van de leerling van groep 8 met het uit te brengen schooladvies door de directeur van de basisschool.
Recent hebben ouders zelfs getracht met behulp van een kort geding hun kind te laten plaatsen met een VWO-advies, dan wel HAVO-VWO advies, maar trokken zij aan toch aan het kortste eind. Wat was het geval?
De leerling in kwestie had een score van 543 bij de zogenaamde entreetoets, maar een score van 548 bij de "echte" Cito-toets (een score van 550 is het hoogst haalbare). Bij die score hoort een VWO-advies.
Niettemin gaf de directeur van de basisschool een HAVO advies, omdat gebleken was dat er bij de leerling sprake was van een wisselende concentratie, een traag werktempo, hij veel stimulans nodig had en vaak onzorgvuldig was in zijn manier van werken.
Bovendien, zo betoogde de directeur, heeft de leerling veel begeleiding en steun nodig gehad om tot zijn huidige niveau te komen, de laatste maanden zelfs via een huiswerkinstituut en moest hij steeds gestimuleerd worden om te gaan leren, terwijl van een VWO-leerling zelfstandigheid wordt verwacht.
Het zou, volgens de directeur, dan ook twijfelachtig zijn of de leerling het op een VWO zal kunnen redden.
De ouders bleven het oneens met de directeur, en schakelden zelfs het IBOS in, een externe onderzoeksinstelling, om een schoolkeuzeonderzoek te laten afnemen bij de leerling. Het IBOS adviseerde het schooltype VWO, waarna de ouders de directeur sommeerden om het advies aan te passen.
Bedoelde directuer weigerde, waarna de ouders de directeur gedaagd hebben voor de rechter in kort geding.
De rechter oordeelde dat in beginsel er geen wettelijke mogelijkheid bestaat om bezwaar/beroep aan te tekenen tegen het schooladvies, maar dat er situaties denkbaar zijn dat de Voorzieningenrechter van de Rechtbank als restrechter kan ingrijpen.
Dit zou het geval kłnnen zijn indien er sprake is van de situatie dat "geen weldenkende directeur van een basisschool met betrekking tot de leerling in kwestie tot dit advies had kunnen komen".
De rechter besliste dat onderdelen van het advies wel discutabel waren te noemen maar oordeelde dat er geen sprake was van de situatie dat "geen weldenkende directeur tot dit advies had kunnen komen".
De directeur had immers niet de overtuiging dat bij de leerling voldoende basis aanwezig was voor het volgen van VWO-onderwijs.
Maar: hoewel dit standpunt op grond van de voorhanden gegevens aanvechtbaar is, komt de directeur echter een grote beleidsvrijheid toe bij de beoordeling van de capaciteiten van de leerling, ook met betrekking tot de mate waarin de eindcito-toets al dan niet laat meewegen en moet die beoordeling worden gerespecteerd.
Eindresultaat: het advies bleef in stand, de leerling gaat naar de Havo(brugklas) en de ouders worden in de proceskosten veroordeeld (van € 1.067,00)
Publicatie: 16 Mei 2007
mr P. van den Berg
Voorstraat 61
3201 BA Spijkenisse
0181 46 50 50
0181 46 50 55
U kunt ons een e-mail sturen via ons e-mail formulier
"Een advocaat zonder boeken is als
een vakman zonder gereedschap"
(Thomas Jefferson)